Jul
20
Waar mensen nog met beelden schrijven
Filed Under Taal | Leave a Comment
Ongevaar 8500 jaar geleden begonnen de inwoners van het gebied dat vandaag China heet, beelden te gebruiken om te communiceren en kennis op te slaan. In de bergen van Zuidwest-China zijn nog een aantal priesters/sjamanen die dit schrift gebruiken om hun religieuze traditie te bewaren.
De taal heet Dongba en wordt gebruikt door de priesters van de Naxi, een volk van nog ongeveer 300.000 man die wonen in Yunnan, Sichuan en Tibet. Het Dongba-schrift telt 2000 pictogrammen, onder meer duivels die met een dolk zwaaien, reuzengrote vogels en wilde tijgers. In de Naxi-samenleving leren alleen de priesters dit schrift. Onder Mao en de Culturele Revolutie (1966-1976) werd het Dongba haast uitgeroeid en werden duizenden manuscripten vernietigd. Naar schatting zijn er niet meer dan 60 sjamanen die de taal beheersen; meestal zijn ze ouder van 60. Sinds 1981 worden er leergangen ingericht om jongeren in de taal en de godsdienst in te wijden. De opleiding duurt zeven jaar. Naar verluidt volgen 200 jongeren deze studie.
Phil McKenna in NewScientist, 16.06.07, in de cover-story ‘The last place on Earth …”
Het centrum van de Dongba-cultuur is het stadje Lijang, op 2400 meter hoogte aan de rand van de Himalaja gelegen. Grote verandering ontstond toen de Unesco in 1997 het stadje met de titel ‘Wereldcultuurerfgoed’ onderscheidde. Daardoor kon de oude architectuur van de sloophamer worden gered. Maar tegelijk worden elke dag zeker 10.000 toeristen naar de plaats gelokt. Je vindt er nu Dongba-T-shirts, Dongba-schilderijen en -keramiek, Dongba-notitieboekjes en Dongba-horloges.
Het toerisme heeft de Naxi-cultuur weliswaar bekendheid gegeven, aldus de filmmaakster Zhang Xu, maar voor het behoud van die cultuur is de grote belangstelling niet zonder meer positief.
Inmiddels wordt de kennis van de sjamanen, de kunst van het voorspellen, de gezangen en de legenden van de Naxi en de meer dan 360 riten die voor alle levenssituaties worden gebruikt, in kaart gebracht. Het is de bedoeling de taal en de cultuur van de Naxi weer ‘onder het volk te brengen’.
Petra Kolonko voor de Frankfurter Allgemeine op 06.07.07.
Jul
6
Grapefruit en Freud
Filed Under Taal | Leave a Comment
De Britse kunstenaar Lucian Freud, kleinzoon van de psychoanalyticus Sigmund Freud, werd op een dag in Londen aangeklampt door een man die hem vroeg: ‘Are you related to the grape fruit?’ Hij bedoelde dus ‘the great Freud’, maar hij sprak Freud uit als ‘fruit’. Dat leverde Lucian Freud in zijn eigen gezin de bijnaam ‘grapefruit” op.
Anekdote verteld door de romanschrijfster Esther Freud, dochter van Lucian, NRC - 22.6.07.
Jul
6
Het verhaal van de kalasjnikov
Filed Under Taal, Uitvindingen | Leave a Comment
AK: The Story of the People’s Gun - Michael Hodges
De kalasjnikov - de AK47 - is een wereldwijd merk geworden, net zoals Adidas of Coca Cola. Hodges vertelt het verhaal van Mikhail Kalasjnikov, de man die het wapen op het einde van de Tweede Wereldoorlog ontwikkelde en de opmars van de machine in zowat alle latere militaire conflicten: tot op de dag van vandaag in Palestina, Afghanistan, Irak of Sudan. Het tuig bestaat uit niet meer dan acht onderdelen, weegt maar vier kilo en is bestand tegen water, modder en zand. Nadelen zijn: de duur tussen het overhalen van de trekker en het schieten is wat lang; hij heeft neiging tot afwijken naar links en het omschakelen van automatisch naar enkel schot maakt een hels kabaal. Dit laatste euvel kan met wat tape worden opgelost, zo ontdekte de Vietcong.
De voormalige Sudanese kindsoldaat en rapper Emmanuel Jal: ‘The gun had made me feel like a man. I knew people would do what I said, because I had an AK. With an AK you can get food, respect, anything you want. Even when you are nine years old.’
De hoogbejaarde Mikhail Kalasjnikov: ‘Had ik maar een grasmaaier uitgevonden.’
M. Hodges: AK47: The Story fo the Peoples’ Gun, 244 p., uitg. Sceptre.
Jul
1
Decrooïsmen
Filed Under Taal | Leave a Comment
VLD-politicus Decroo: “Ik ken geen fluit van het moderne Nederlands. Ik wil dat ook niet: een taal die op een halve eeuw drie keer haar spelling wijzigt, is onstabiel.”
Het dagblad De Morgen citeert op 29 juni 2007 elf ‘Decrooïsmen”. Een paar voorbeelden:
- “In Nederland, dat veel kanalen en relatief weinig wegen heeft, hoort men iemand hoesten in de volgende straat. Op vele plaatsen durft men bij ons nog een kleine behoefte doen op de pelouse van zijn tuin. Dat is het verschil.”
- “In Kongo spreekt men van het vrijen ‘à la position scheutiste’, waarbij de man op de vrouw ligt, omdat zij dat blijkbaar anders doen dan wij gewoon zijn.”
- “Het internet is zoals de regen, de continentendrift en de pollutie en men weet niet juist waar het vandaan komt, het waait binnen en men weet niet juist waar het naartoe gaat.”
Jul
1
Hergé redt basji-boezoek
Filed Under Taal | 2 Comments
Honderd jaar HERGé
Hoe de vader van kapitein Haddock de basji-boezoeks in leven houdt
Nu Kuifje naar Hollywood trekt, volgt in zijn spoor uiteraard ook kapitein Haddock. En die neemt zijn rijke repertoire van scheldwoorden mee (Duizend bommen en granaten). Een daarvan is zo raadselachtig dat we het nauwelijks registreren: ‘Basji-boezoek!’ of mooier nog ‘Stomme basji-boezoek!’ Misschien dacht u dat Haddock de bijzondere lettercombinatie zelf had verzonnen. In kringen van experts is inmiddels wel bekend dat de basji-boezoeks (F: bachi-bouzouk, E: bashi-bazouk) vroeger een divisie van het Turkse leger vormden. Werden ze uit een bepaalde bevolkingsgroep gerekruteerd? Leven er nog afstammelingen? Kunnen we ergens nog een stokoude basji-bozoek interviewen misschien?Ali, de wijze man die me in Diepenbeek zijn prima kebabs serveert, zegt dat zelfs in Turkije het woord helemaal is verdwenen. Letterlijk betekent het: ‘Iemand van wie het hoofd niet in orde is’. “Maar in mijn omgeving hoor ik het zelden of nooit nog gebruiken”, zegt Ali.In het uitgestrekte Ottomaanse rijk werden met basji-boezoeks oorspronkelijk de haveloze bedelaars bestempeld die vanuit het binnenland in de hoofdstad arriveerden. De sultan beschikte over een groot staand leger van wel 400.000 man, maar vanaf de 18de eeuw riep hij waar nodig een soort vreemdenlegioen in het leven: krijgers die uit het hele rijk afkomstig waren, rovers en wildemannen die dienden om het vuile werk op te knappen. Om namelijk al moordend en brandstichtend het terrein voor de reguliere troepen te effenen. De basji-boezoeks waren dus huurlingen, zowel in de infanterie als de cavalerie, die door gebrek aan discipline, plunderingen en wreedheden snel berucht werden. Ze kregen geen soldij, oorlogsbuit was hun loon; ze hadden eigen leiders, eigen wapens en eigen paarden. Daartoe uitgedaagd wilden ze ook wel hun werkgever, het Turkse leger, in de pan hakken. In het midden van de 19de eeuw liep hun aantal op tot meer dan 80.000 man. Hun bestaan drong in West-Europa pas goed door tijdens de Krimoorlog (1854/55) waarin Britten, Fransen en Turken tegen de Russen samenspanden. De basji-boezoeks vochten dus aan geallieerde kant. De geallieerde generaals wisten niet goed hoe ze met hen moesten omgaan. Ze probeerden wanhopig de wilde bende in het gelid te krijgen, met soldij bijvoorbeeld. Maar dat wou niet lukken.Omdat ze uit het hele Ottomaanse rijk – eeuwenlang een van de machtigste rijken op aarde – afkomstig waren, zagen ze er schilderachtig uit. Een Parijs blad schrijft in 1854: “Je vindt onder hen Turken uit Azië, Koerden, Tsjerkes, Egyptenaren, mensen uit Tripoli, Tunesië en zelfs Arabieren uit Algerije en Kabylië. Ze dragen allemaal hun eigen, typische klederdracht en bieden het meest pittoreske gezicht dat men zich kan voorstellen. Ze zijn mooi om te zien, maar vanwege hun wrede reputatie slaat je tegelijk de schrik om het hart.”Dus de basji-boezoeks vormden tot het begin van de 20ste eeuw het kleurrijke, maar schrikwekkende vreemdenlegioen van de Turkse sultan. Een zootje ongeregeld. Tegen de tijd dat Hergé aan Kuifje begon, was het woord tot een scheldwoord verworden. De basji-boezoeks verdwenen uit de geschiedenis zoals ze waren gekomen: terstond.De beroemde Gentse kok Cauderlier had op een van zijn menu’s een ‘Chipolatha à la Bachi-Bouzouck’ staan. Peter Gabriel heeft een song aan hen gewijd. Frankrijk telt nog talloze ‘Bachi-bouzouk’-bar-pub- ambiance-gelegenheden. Een soort van geuzennaam. Afwachten maar wat ze daar in Hollywood gaan van bakken. Marcel Grauls
Vindplaatsen: bladzijde/plaatje:
9. De Krab met de gulden scharen 38.2
12. Scharlaken Rackham 43.12/7.10
13. 7 kristallen bollen 47.8
14. Zonnetempel 33.3
15. Zwarte goud 57.14
16. Raket naar de maan 4.7
17. Mannen op de maan 47.9
18. Zonnebloem 28.14 — 31.1 — 36.8
19. Cokes 16.3 —- 49.7
20. Tibet 11.3
21. Castafiore 10.5
22. Vlucht 714 — 23.2
24. Alfakunst – p. 38